De Meerse Accountants & Adviseurs

De Meerse Accountants & Adviseurs Een Aalsmeers, full-service, accountants- en adviesbureau met een menselijke aanpak. Advies. Account

Nieuw besluit over btw-aftrek: verduidelijking voor VVE's en investeringsdienstenHet besluit wijzigt het bestaande beslu...
02/09/2026

Nieuw besluit over btw-aftrek: verduidelijking voor VVE's en investeringsdiensten
Het besluit wijzigt het bestaande besluit over de aftrek van omzetbelasting. De aanpassingen betreffen met name de aftrek bij verenigingen van eigenaren (VVE's) en de herzieningsregeling voor investeringsdiensten.

Gewijzigde voorwaarden VVE-aftrek
Voorheen gold een goedkeuring dat leden-ondernemers niet in aftrek gebrachte btw konden doorschuiven, mits de VVE zelf niet als ondernemer kwalificeerde. Deze voorwaarde is nu vervangen. De goedkeuring geldt als de VVE de goederen en diensten niet als ondernemer heeft aangeschaft. Dit is een belangrijke verduidelijking, vooral voor VVE's die voor bepaalde activiteiten, zoals de exploitatie van laadpalen, wel als ondernemer worden aangemerkt. De goedkeuring voorkomt cumulatie van btw.

Voorwaarden
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
De VVE heeft de goederen en diensten niet als ondernemer aangeschaft.
De aftrek door leden-ondernemers vindt plaats naar rato van hun financiële bijdrage en met inachtneming van de wettelijke bepalingen.

Leden-ondernemers nemen alle rechten en verplichtingen op zich alsof de btw aan hen in rekening is gebracht en zij de beschikkingsmacht over het goed hebben verworven. Dit betekent onder meer dat zij de herzieningsbepalingen toepassen op investeringsgoederen en -diensten.
Het drempelbedrag van € 30.000 voor investeringsdiensten wordt getoetst bij de VVE, niet op het niveau van de leden-ondernemers.

Herziening btw-aftrek bij investeringsdiensten
Het besluit is ook aangepast naar aanleiding van de nieuwe wettelijke regeling voor herziening van de btw-aftrek bij investeringsdiensten. Een 'investeringsdienst' is nu gedefinieerd als een dienst aan een of meer onroerende zaken die deze meerjarig dient, inclusief materialen, installaties, machines en werktuigen die na installatie of montage als onroerend kwalificeren. De vergoeding voor deze dienst moet ten minste € 30.000 bedragen. Deze wijziging betekent dat btw die drukt op een investeringsdienst over een aantal jaren wordt herzien, vergelijkbaar met investeringsgoederen.

Geen arbeidskorting meer over bepaalde uitkeringenVanaf 1 januari 2027 wijzigen de regels voor het samenvoegen van loon ...
27/08/2026

Geen arbeidskorting meer over bepaalde uitkeringen
Vanaf 1 januari 2027 wijzigen de regels voor het samenvoegen van loon en socialezekerheidsuitkeringen bij de loonheffingen. Deze aanpassing heeft financiële gevolgen voor werknemers die een socialezekerheidsuitkering via hun werkgever ontvangen.

Aanpassing samenvoegbepaling
De wijziging houdt in dat, ondanks het samenvoegen van loon uit vroegere dienstbetrekking (socialezekerheidsuitkeringen) en loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, de arbeidskorting niet langer van toepassing is op het uitkeringsdeel. Dit volgt op een oordeel van de Hoge Raad over ongelijke behandeling. Het gaat om de volgende uitkeringen in combinatie met loon uit werk of een aanvulling op een uitkering:

WAO-uitkering
WAZ-uitkering
Wajong-uitkering
IVA- en WGA-uitkeringen (WIA-uitkeringen)
Ziektewetuitkering, behalve als die voortkomt uit het huidige dienstverband
Wamil-uitkering (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen)
BNO-uitkering (buitengewone natuurlijke omstandigheden)
WTV-uitkering (werktijdverkorting)
Toeslag op grond van de Toeslagenwet

Rekenvoorbeeld
Een werknemer (45 jaar) is in dienst en ontvangt maandelijks een WGA-uitkering van € 2.000 via de werkgever (loon uit vroegere dienstbetrekking). Daarnaast betaalt de werkgever € 750 resterend loon en een aanvulling van € 250 op de uitkering, samen € 1.000 (loon uit tegenwoordige dienstbetrekking). Het totale loon bedraagt € 3.000. Loonheffingskorting wordt toegepast.

Gevolgen voor de inhouding
In 2026 past de werkgever de witte maandtabel toe op het totale bedrag van € 3.000. De inhouding bedraagt € 386,83, waarbij € 458,17 aan arbeidskorting is verrekend. Netto ontvangt de werknemer € 2.613,17.

Vanaf 2027 wijzigt de berekening. Eerst wordt de inhouding op het totale bedrag van € 3.000 bepaald met de groene maandtabel (€ 845,00). Vervolgens wordt de verrekende arbeidskorting op het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking (€ 1.000) met de witte maandtabel vastgesteld (€ 83,67). De uiteindelijke inhouding is dan € 845,00 minus € 83,67, wat neerkomt op € 761,33. Netto ontvangt de werknemer € 2.238,67.

Financiële impact
Voor de werknemer uit het voorbeeld betekent dit een netto achteruitgang van € 374,50 per maand. Dit komt neer op ongeveer 18% van het uitkeringsbedrag. Dit nadeel kan oplopen tot maximaal 31% van het bedrag van de bruto-uitkering dat in het totale loon zit. Werkgevers wordt geadviseerd hun werknemers tijdig te informeren over deze aanpassing, zodat zij zich hierop kunnen voorbereiden.

Meer tijd om toeslagen over 2025 aan te vragenDe aanvraagtermijn voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget ov...
18/08/2026

Meer tijd om toeslagen over 2025 aan te vragen
De aanvraagtermijn voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2025 is met vier maanden verlengd. De aanvraagtermijn voor deze toeslagen loopt nu tot en met 31 december 2026. Voorheen was het mogelijk deze toeslagen aan te vragen tot en met 1 september van het daaropvolgende jaar. Nu hebben mensen na afloop van een kalenderjaar nog een volledig jaar de tijd om te checken of zij recht hebben op toeslagen en deze alsnog aan te vragen. Deze verruiming maakt het ook gemakkelijker om een aanvraag te doen op basis van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2025. Veel mensen ontvangen deze aanslag in de zomer. Voor ondernemers met uitstel voor het doen van belastingaangifte geldt een uitzondering. Zij kunnen toeslagen aanvragen tot de datum waarop hun uitstel afloopt.

Kinderopvangtoeslag
Voor kinderopvangtoeslag gelden andere aanvraagtermijnen. Deze toeslag kan maximaal drie maanden met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

Zonne-energieinstallatie op dak is onroerende zaakEen bv is eigenaar van een pv-installatie, bestaande uit zonnepanelen ...
11/08/2026

Zonne-energieinstallatie op dak is onroerende zaak
Een bv is eigenaar van een pv-installatie, bestaande uit zonnepanelen en bijbehorende apparatuur, die op het dak van een distributiecentrum is geplaatst. De installatie ligt los op het dak en is verzwaard met ballast. De bv exploiteert de installatie, terwijl het distributiecentrum eigendom is van een derde. Voor het gebruik van het dak is een huurovereenkomst en een recht van opstal gevestigd. Omdat de installatie naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven, is deze aan te merken als gebouwd eigendom. De installatie vormt geen samenstel met het dak van het distributiecentrum, omdat beide eigendommen niet dezelfde eigenaar hebben.

Kwalificatie als onroerende zaak
De bv betwist dat de pv-installatie een onroerende zaak is. Zij stelt dat de installatie verplaatsbaar is, omdat deze los op het dak ligt en alleen met ballast op zijn plaats wordt gehouden. Ook de huurovereenkomst zou wijzen op de verplaatsbaarheid van de installatie. Het hof oordeelt dat de pv-installatie wel degelijk een werk is in de zin van de wet en daarmee een onroerende zaak. De installatie is naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven, gezien de technische complexiteit en de verzwaarde constructie. Het feit dat de installatie eenvoudig te demonteren is of dat volgens de huurovereenkomst verplaatsing onder bijzondere omstandigheden mogelijk is, maakt dat niet anders. Dit zijn geen fysieke aspecten die naar buiten kenbaar zijn.

Samenstel met het dak
De bv stelt verder dat de pv-installatie een samenstel vormt met het dak van het distributiecentrum. Het hof volgt dit standpunt niet. Van een samenstel kan alleen sprake zijn als beide eigendommen dezelfde eigenaar of beperkt gerechtigde hebben. Dit is hier niet het geval, aangezien de bv geen eigenaar is van het dak. Een opstalrecht wordt niet als een onroerende zaak in de zin van de wet aangemerkt.

Handvol e-mails levert volledig gebruikelijk loon opEen dga stelt dat hij vanwege hartproblemen geen werkzaamheden voor ...
04/08/2026

Handvol e-mails levert volledig gebruikelijk loon op
Een dga stelt dat hij vanwege hartproblemen geen werkzaamheden voor zijn bv heeft verricht. Daarom zou de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing zijn. Het hof denkt anders. Uit brieven en e-mails blijkt dat de dga in het jaar in kwestie namens de bv bezwaarschriften indiende, verzoeken deed en correspondeerde met de Belastingdienst. Die administratieve werkzaamheden zijn voldoende om gebruikelijk loon in aanmerking te nemen.

Schoonheidssalon via bv
De echtgenote van de dga runt een schoonheidssalon. Na haar persoonlijke faillissement in 2016 richt de dga twee vennootschappen op om de salon met behoud van personeel voort te zetten. De echtgenote mag van de curator geen bestuurder worden, dus neemt de dga die rol op zich. Volgens de echtgenote heeft hij 'n adviserende en coachende rol en verricht geen daadwerkelijke arbeid. In januari 2019 komt de dga in het ziekenhuis met hartproblemen. Zijn huisarts verklaart dat het wordt uitgelokt door stress en hij zijn leefstijl moet aanpassen.

Aangifte zonder loon
De dga doet aangifte IB 2019 naar een negatief inkomen van € 2.544. De inspecteur corrigeert de aangifte met een gebruikelijk loon van € 26.470, gelijk aan het loon van de meestverdienende werknemer: de echtgenote. Na bezwaar wordt het belastbaar inkomen vastgesteld op € 23.220. De dga gaat in beroep en stelt dat hij vanwege zijn gezondheid geen werkzaamheden heeft verricht. De werkzaamheden waren arbeidstherapeutisch.

Eigen correspondentie als bewijs
Uit het dossier blijkt dat de dga in 2019 als contactpersoon stond vermeld in de aangiften loonheffing. In maart 2019 verzocht hij namens de holding om een fiscale eenheid voor de omzetbelasting, stuurde hij informatie toe voor een hoorgesprek en bevestigde hij telefonisch gemaakte afspraken per e-mail. In april 2019 diende hij namens de bv bezwaar in tegen een aanslag VPB en correspondeerde hij over dat bezwaar.

Verklaringen onvoldoende
De verklaringen van de huisarts en de echtgenote veranderen niets. Dit gaat over de gezondheid van de dga, maar nemen niet weg dat hij de werkzaamheden heeft uitgevoerd. De dga heeft niet bewezen dat een lager gebruikelijk loon op zijn plaats is. Uit de verklaringen kan niet worden afgeleid dat hij arbeidstherapeutisch werk deed waarmee geen loon kan worden genoten. Het hoger beroep is ongegrond.

Omvang niet getoetst
Opvallend is dat het hof niet toetst of de omvang van de werkzaamheden het gebruikelijk loon rechtvaardigt. De systematiek van de wet is hard: zodra vaststaat dat de dga enige arbeid verricht, geldt het standaardbedrag. Lager loon gewenst? Dan moet hij bewijzen dat dit gebruikelijk is voor vergelijkbare arbeid. Door alleen medische verklaringen over te leggen in plaats van concrete gegevens over wat vergelijkbaar administratief werk waard is, laat de dga die kans liggen. De uitkomst roept wel vragen op. Een handvol brieven en e-mails levert een belastbaar loon op van ruim € 26.000.

Als liefhebber van de tennissport en het gegeven dat we waarde hechten aan locale betrokkenheid binnen ons werkgebied wa...
31/07/2026

Als liefhebber van de tennissport en het gegeven dat we waarde hechten aan locale betrokkenheid binnen ons werkgebied waren we present bij het Open Toernooi van
Tennisclub De Kikkers! Genoten van de sportieve prestaties, goede organisatie en gezelligheid

Eerste Kamer stemt in met in één keer deel van pensioen opnemenWerknemers, die pensioen opbouwen via hun werkgever, krij...
31/07/2026

Eerste Kamer stemt in met in één keer deel van pensioen opnemen
Werknemers, die pensioen opbouwen via hun werkgever, krijgen vanaf 1 januari 2029 de mogelijkheid om bij hun pensionering eenmalig een geldbedrag op te nemen uit hun pensioenpot. Dit keuzerecht, bekend als 'bedrag ineens', stelt hen in staat om maximaal 10 procent van hun pensioen in één keer op te nemen. Mensen kunnen zelf bepalen waaraan dit bedrag wordt besteed. Voorbeelden hiervan zijn het aflossen van een hypotheek of andere schuld, het boeken van een reis, een woningverbouwing of het regelen van verpleging of verzorging. Een belangrijke consequentie van deze keuze is dat het maandelijkse pensioen na de opname lager uitvalt.

Inwerkingtreding en achtergrond
De invoering van het keuzerecht is vastgesteld op 1 januari 2029. Oorspronkelijk stond de inwerkingtreding gepland voor 1 juli 2026, maar dit bleek onhaalbaar voor de uitvoering door de pensioensector. Pensioenuitvoerders gaven de voorkeur aan een invoering na de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. De Eerste Kamer stemde in 2021 al in met een eerder wetsvoorstel, waarna aanpassingen leidden tot de huidige Wet Herziening bedrag ineens.

Gevolgen en rekentool
Het opnemen van een bedrag ineens kan financiële gevolgen hebben, met name voor toeslagen en belastingen. Zo kan het voorkomen dat mensen in het jaar van opname minder of zelfs geen huur- of zorgtoeslag ontvangen. Om mensen te ondersteunen bij het maken van een weloverwogen beslissing, werkt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen met het Nibud aan een speciale rekentool. Deze gratis tool, die beschikbaar komt voordat de wet ingaat, geeft op een eenvoudige manier inzicht in de gevolgen van een opname voor de persoonlijke financiële situatie.

Wetsvoorstel Suikerbelasting in 2027Het kabinet heeft plannen gepresenteerd om de suikerconsumptie in Nederland aan te p...
22/07/2026

Wetsvoorstel Suikerbelasting in 2027
Het kabinet heeft plannen gepresenteerd om de suikerconsumptie in Nederland aan te pakken door middel van een suikerbelasting op zowel alcoholvrije dranken als op eetwaren. Deze maatregelen beogen het gedrag van zowel producenten als consumenten te beïnvloeden. Producenten worden gestimuleerd om de samenstelling van hun producten te herzien door minder suiker toe te voegen, terwijl consumenten via prijsprikkels worden aangemoedigd om minder suikerrijke producten te kopen. De voorgestelde maatregelen zijn onderdeel van een bredere aanpak om een gezondere leefstijl en een lagere maatschappelijke ziektelast te bevorderen.

Suikergehalte
Met betrekking tot alcoholvrije dranken wordt voorgesteld de huidige verbruiksbelasting om te zetten naar een belasting op basis van het suikergehalte. Hierbij hebben scenario’s met minder uitzonderingen (zoals het belasten van alle suikerhoudende dranken behalve mineraalwater en zuivel) de voorkeur vanwege gezondheids- en uitvoerbaarheidsoverwegingen. Wat eetwaren betreft, wordt een staffelsysteem overwogen dat hogere tarieven toepast op producten met een hoger suikergehalte, met aandacht voor administratieve uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid.

Effectief
Vanuit internationaal perspectief blijkt dat suikerbelastingen effectief kunnen zijn in het verlagen van suikerconsumptie. Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten, zoals het risico op grenseffecten en de impact op huishoudens met een lager inkomen. Het kabinet werkt daarom aan wetgeving die in 2027 aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd. Hierin worden ook de economische effecten van een gecombineerd systeem meegenomen. Deze belastingmaatregelen maken deel uit van een bredere strategie, waaronder voorlichting en productverbetering, om een gezondere samenleving te realiseren.

Geen box 3-vermindering voor niet-bezwaarmakers 2017-2020Een belastingaanslag waarbij voor de jaren 2017 tot en met 2020...
14/07/2026

Geen box 3-vermindering voor niet-bezwaarmakers 2017-2020
Een belastingaanslag waarbij voor de jaren 2017 tot en met 2020 te veel inkomstenbelasting in box 3 is geheven, hoeft niet te worden verminderd als die aanslag definitief is komen vast te staan vóór het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. Dat heeft de Hoge Raad beslist in twee zaken die als proefprocedures waren voorgelegd.

Kerstarrest
In het Kerstarrest is geoordeeld dat het box 3-stelsel vanaf 2017 een inbreuk vormt op het discriminatieverbod en het eigendomsrecht als het fictieve rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Aanslagen moeten dan worden verminderd. De wettelijke regeling kent echter een uitzondering. Een vermindering vindt niet plaats als de onjuistheid van de aanslag voortvloeit uit rechtspraak die pas is gewezen nadat de aanslag definitief is geworden. De Hoge Raad heeft in 2022 al beslist dat het Kerstarrest 'nieuwe jurisprudentie' is.

Gelijke behandeling en evenredigheid
De Hoge Raad ziet geen reden terug te komen van zijn eerdere beslissing uit 2022. Personen die niet tijdig bezwaar hebben gemaakt, verkeren niet in dezelfde positie als wel-bezwaarmakers, waardoor van discriminatie geen sprake is. De uitzondering voor 'nieuwe jurisprudentie' is ook niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De doelen van rechtszekerheid en praktische overwegingen zijn legitiem en de nadelige gevolgen voor niet-bezwaarmakers zijn niet onevenredig. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden leiden, zijn niet gesteld. Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.

Aanpassing WKR belastingvrije personeelskortingDe werkkostenregeling, waarmee werkgevers onbelast vergoedingen kunnen ge...
07/07/2026

Aanpassing WKR belastingvrije personeelskorting
De werkkostenregeling, waarmee werkgevers onbelast vergoedingen kunnen geven aan werknemers, wordt vereenvoudigd. De regeling is voor veel werkgevers te complex en levert administratieve lasten op. Een van de maatregelen om dit tegen te gaan is het per 1 januari 2027 afschaffen van de aparte belastingvrijstelling personeelskorting. Werkgevers kunnen hun werknemers tot en met 2026 belastingvrij korting geven op bijvoorbeeld kleding, boodschappen of hypotheekadvies van het eigen bedrijf. De korting is maximaal € 500 per jaar, met een maximale korting van 20%.

Vrije ruimte
Werkgevers kunnen vanaf 2027 hun personeel wel nog belastingvrije korting geven via de vrije ruimte. Als het niet lukt om de personeelskorting binnen de vrije ruimte te plaatsen, en deze korting is vastgelegd in de arbeidsvoorwaarden of cao, moet de werkgever deze mogelijk aanpassen of eindheffing afdragen over de overschrijding. De eindheffing over de overschrijding bedraagt nu 80%. Het blijft in veel gevallen voordeliger voor werkgevers om het via de werkkostenregeling te vergoeden dan via loon. Dit komt onder andere doordat werkgevers in dat geval geen premies hoeven af te dragen.

Verdere aanpassingen
Uit de evaluatie van de WKR kwamen nog een aantal andere aanbevelingen, die kunnen helpen bij het verminderen van de complexiteit en administratieve lasten van de WKR. Zo heeft het kabinet al besloten dat de gerichte vrijstelling voor scholing en studie geen einddatum krijgt. Over andere aanbevelingen neemt het kabinet in augustus een besluit. Zoals het afschaffen van de eerste schijf van de vrije ruimte. Dat betekent dat één percentage geldt voor de vrije ruimte over de hele salarissom. Daarnaast kijkt het kabinet onder andere naar het toestaan van een thuiswerk- en reiskostenvergoeding op dezelfde dag en mogelijke aanpassing van het eindheffingstarief bij overschrijding van de vrije ruimte. Op Prinsjesdag wordt bekend wat het kabinet doet met de andere aanbevelingen.

Adres

Oosteinderweg 315
Aalsmeer
1432AW

Openingstijden

Maandag 09:00 - 17:00
Dinsdag 09:00 - 17:00
Woensdag 09:00 - 17:00
Donderdag 09:00 - 17:00
Vrijdag 09:00 - 17:00

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer De Meerse Accountants & Adviseurs nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar De Meerse Accountants & Adviseurs:

Snelkoppelingen

Delen